Herken signalen bij de volwassene

Kinderen moeten kunnen opgroeien in een veilige omgeving. Toch zijn er jaarlijks rond de 119.000 kinderen in Nederland slachtoffer van mishandeling. En de signalen daarvan zijn niet altijd even duidelijk. Naast zichtbare wonden of littekens, kan er  ook minder zichtbaar misbruik plaatsvinden zoals emotionele of geestelijke verwaarlozing. Bekijk alle signalen van kindermishandeling in de onderstaande lijst.

Herken je 1 of meer signalen? Dat betekent niet direct dat er sprake is van kindermishandeling. Om een beter overzicht te krijgen van de situatie, helpt het de signalen in je mobiel of agenda op een rijtje te zetten.

Hoe gaat de volwassene met het kind om?

  • Klaagt over het kind.
  • Troost het kind niet.
  • Houdt het kind vaak thuis.
  • Geeft het kind zoveel regels dat het weinig mag.
  • Geeft het kind taken die niet bij de leeftijd passen.
  • Schreeuwt tegen het kind.
  • Scheldt het kind uit.
  • Raakt het kind op een harde manier aan.
  • Slaat, schopt of duwt het kind wanneer er iets aan de hand is.

Hoe zit de volwassene in z’n vel?

  • Zegt dat hij of zij het kind niet aankan.
  • Doet alsof het hem of haar niet uitmaakt hoe het met het kind gaat.
  • Zegt negatieve dingen over zichzelf, anderen of de wereld.
  • Heeft verantwoordelijkheid voor het kind én gebruikt drank en drugs.

Als iemand de verantwoordelijkheid voor het kind draagt én drank gebruikt, betekent dat natuurlijk niet altijd dat er sprake is van mishandeling. In het geval van de buren van Josette was er wel meer aan de hand.
Lees het verhaal van Josette.

Hoe gaat het in het gezin?

  • Heeft weinig contact met anderen of andere gezinnen.
  • Er is vaak ruzie thuis.
  • Gezinsleden worden vaak ziekgemeld of zijn ziek.
  • Is vaak verhuisd of verhuist vaak met het gezin.

Als iemand vaak ruzie heeft thuis, betekent dat natuurlijk niet altijd dat er sprake is van mishandeling. In het geval van de buren van Nora  was er wel meer aan de hand.
Lees het verhaal van Nora.

Hoe gaat de volwassene met anderen om?

  • Komt afspraken niet na.
  • Praat liever niet met leraren of begeleiders.
  • Gaat tegen adviezen van school of andere organisaties in.
  • Heeft vaak contact met hulporganisaties.
  • Gaat steeds naar andere dokters en ziekenhuizen.
  • Zegt nee tegen medische of geestelijke hulp voor het kind.

Twijfel je over de signalen?